Vullen is het makkelijke deel; onzichtbaar maken zit in de voorbereiding en de afwerking. Maak het gat schoon en licht verdiept, vul in dunne lagen met iets overhoogte, schuur vlak met korrel 180 tot 240, grond de plek en verf daarna het hele wandvlak van hoek tot hoek.
Of het nu gaat om een plugjesgat van 8 mm of een gat van een hand groot in gipsplaat: de werkwijze is dezelfde, alleen het materiaal verschilt. Wat vrijwel altijd misgaat is te dik vullen in één keer, te vroeg schuren en het overslaan van de grondlaag. Hieronder de volgorde die wel werkt. Meer stappenplannen vind je bij onze klustips.
Gips, stuc of reparatiemortel?
Kant-en-klare vulmiddel (acrylplamuur). Voor gaatjes tot 10 mm binnenshuis. Direct uit de tube, krimpt licht, schuurt makkelijk. Niet geschikt voor diepe gaten of natte ruimtes.
Gipsvulmiddel of stucgips. Voor gaten van 1 tot 5 cm binnen. Zelf aanmaken, snelle binding en goed schuurbaar. Gips is niet vochtbestendig: nooit in de badkamer of buiten.
Cementgebonden reparatiemortel. Voor buiten, natte ruimtes en dragende delen. Sterker en vochtbestendig, maar harder te schuren; werk hem daarom direct netjes af.
Gipsplaat plus gaastape. Voor grote gaten in een voorzetwand: een passend stuk plaat op een rugsteun, naden met gaastape en gipsvulmiddel.
Buitengevel. Bij metselwerk buiten gebruik je metselmortel of een gevelreparatiemortel in de kleur van het voegwerk, geen binnenvulmiddel.
Wat heb je nodig
Plamuurmessen. Een set van 4, 8 en 12 cm plus een brede spatel of stucplank voor het uitvlakken van grotere plekken.
Een stanleymes. Om de randen van het gat schoon te snijden en losse delen weg te halen.
Een boormachine met roerspindel. Voor het aanmaken van gips of mortel is een accuboormachine op lage stand met een roergarde het handigst.
Maak het gat schoon. Snijd losse randen weg met een stanleymes en zuig het stof eruit. Losse deeltjes zorgen ervoor dat de vulling later loslaat.
Maak het gat licht verdiept. Bij een uitgebroken plugjesgat: snijd de randen iets uit zodat het gat onderin breder is dan bovenaan. De vulling zit dan verankerd in plaats van er los in.
Voorstrijken bij zuigende ondergrond. Oud gips en poreus stucwerk trekken het water uit je vulmiddel, waardoor het scheurt. Een laagje voorstrijk of water met een kwast lost dat op.
Vul in dunne lagen. Maximaal 5 mm per laag. Duw de eerste laag met kracht in het gat zodat er geen lucht achterblijft, en laat elke laag drogen voordat de volgende erop gaat.
Werk de laatste laag met overhoogte af. Laat de vulling 1 tot 2 mm boven het wandvlak staan; vulmiddel krimpt tijdens het drogen en schuur je toch weg.
Laat volledig drogen. Dunne lagen 2 tot 4 uur, dikkere lagen 24 uur. Voelt de plek koud aan, dan is hij nog vochtig.
Schuur vlak. Begin met korrel 120 om de overhoogte weg te nemen en werk af met 180 tot 240. Beweeg in ronddraaiende bewegingen ruim buiten de reparatie om een overgang te maken die je niet ziet.
Controleer met strijklicht. Houd een lamp vlak langs de wand: elk kuiltje en elke bult wordt dan zichtbaar. Vul en schuur na waar nodig.
Grond de plek. Hechtprimer of verdunde muurverf op de reparatie. Zonder grondlaag zuigt de vulling de verf anders op en zie je de plek terug.
Verf van hoek tot hoek. Verf het hele wandvlak in twee lagen, niet alleen de plek. Een lokaal bijgewerkte vlek blijft altijd zichtbaar door glansverschil.
Een groot gat in gipsplaat
Bij een gat groter dan ongeveer 5 cm in een voorzetwand heeft vullen geen zin: er is niets om de vulling op te dragen. Zaag het gat vierkant uit met een multitool of een gipsplaatzaag en controleer eerst met de leidingzoeker of er geen kabels achter lopen. Schroef daarna een strook multiplex of een houten lat achter de plaat, aan weerszijden van het gat, en zet die vast met gipsplaatschroeven. Zaag een passend stuk gipsplaat op maat, schroef het op de rugsteun en werk de vier naden af met gaastape en gipsvulmiddel in twee tot drie dunne lagen, elke laag iets breder dan de vorige. Schuren met korrel 180 tot 240, gronden en verven. De hele reparatie kost een middag inclusief droogtijd.
Veelgemaakte fouten
In één keer dik vullen. De buitenkant droogt, de kern niet, en de reparatie scheurt of zakt in. Maximaal 5 mm per laag.
Vlak afstrijken in plaats van met overhoogte. Na het krimpen houd je een kuiltje over dat je alleen met een tweede ronde wegkrijgt.
Te vroeg schuren. Vochtig vulmiddel smeert uit en trekt uit het gat. Wacht tot de plek niet meer koud aanvoelt.
Niet voorstrijken op zuigende ondergrond. Het vulmiddel droogt te snel en hecht slecht, met haarscheurtjes tot gevolg.
Gips gebruiken in de badkamer of buiten. Gips is niet vochtbestendig; gebruik daar cementgebonden reparatiemortel.
Alleen de plek overschilderen. Het glansverschil verraadt de reparatie altijd. Verf het hele vlak van hoek tot hoek.
Zonder afzuiging schuren. Gipsstof verspreidt zich door het hele huis en zet zich vast in textiel.
Veiligheid
Schuurstof van gips en vulmiddel is fijn en irriteert de luchtwegen: draag een stofmasker (minimaal FFP2) en een veiligheidsbril, zeker bij plafondwerk. Werk met stofafzuiging op de schuurmachine of gebruik een schuurblok met een stofzuigeraansluiting; dat scheelt uren schoonmaken. Ga je opnieuw boren of zagen in de wand, scan dan eerst met een leidingzoeker en houd er rekening mee dat leidingen recht boven en naast stopcontacten en schakelaars lopen. Bij een woning van vóór 1994 kunnen oude verflagen lood bevatten en kunnen wandplaten asbesthoudend zijn: schuur dan niet blind, maar zoek eerst uit wat je in handen hebt. Cementgebonden mortel is sterk basisch; draag werkhandschoenen en spoel spatten direct af.
Onze aanraders
Stofvrij schuren
Bosch Professional GEX 125-1 AE excentrische schuurmachine
Compacte schuurmachine met stofafzuiging en variabel toerental. Op een lage stand met korrel 180 werk je vulmiddel vlak zonder de omliggende verf door te schuren.
Wat gebruik ik: gips, stucwerk of reparatiemortel?
Voor kleine gaatjes tot 10 mm binnen gebruik je kant-en-klare vulmiddel of fijne plamuur. Voor grotere gaten tot een paar centimeter gebruik je gipsvulmiddel of stucgips, dat je zelf aanmaakt en in lagen aanbrengt. Voor buiten, in natte ruimtes en bij dragende delen gebruik je cementgebonden reparatiemortel; gips lost daar op in vocht.
Hoe repareer ik een groot gat in gipsplaat?
Zaag het gat vierkant uit, schroef een strook multiplex of een houten latje achter de plaat als rugsteun, schroef een passend stuk gipsplaat daarop vast en werk de naden af met gaastape en gipsvulmiddel in twee tot drie dunne lagen. Schuren met korrel 180 tot 240 en gronden voor je verft.
Hoe lang moet vulmiddel drogen voordat ik kan schuren?
Een dunne laag kant-en-klare vulmiddel is meestal na 2 tot 4 uur schuurbaar, gipsvulmiddel na ongeveer een uur en dikkere lagen pas na 24 uur. Voel of de plek nog koud aanvoelt; koud betekent nog vochtig. Te vroeg schuren smeert de reparatie uit en geeft een zichtbare kuil.
Waarom zie ik de reparatie toch nog na het schilderen?
Meestal omdat er niet is gegrond. Vulmiddel is veel poreuzer dan de oude verflaag en zuigt de verf anders op, waardoor de plek dof of glanzend afsteekt. Grond de reparatie met een hechtprimer of verdunde muurverf en verf daarna het hele vlak van hoek tot hoek, niet alleen de plek.
Gereedschapskist.com is deelnemer aan het Amazon-partnerprogramma. Als Amazon-partner verdienen wij aan in aanmerking komende aankopen. Dit kost jou niets extra en beïnvloedt ons advies niet.